<<<

juli

Denkstijlen

Mensen kunnen verschillende denkstijlen hebben. De één denkt meer vanuit het detail de ander meer globaal. De volgende is met name praktisch. Je kunt vooral letten op wat er mis kan gaan of je denkt vooral aan wat er allemaal goed gaat.

De onderstaande omschrijving van drie denkstijlen is geïnspireerd door Walt Disney. Uitgewerkt door Robert Dilts, een Amerikaans psycholoog, trainer, consultant rond NLP. (Neuro Linguïstisch Programmeren).


Walt Disney is bij uitstek iemand die zijn dromen werkelijkheid heeft gemaakt. Als je de verhalen mag geloven was Walt Disney een soort Multiple Personality: hij was een Dromer, een Realist en een Criticus. Hij had zelfs aparte kamers voor elk van hen. Voor medewerkers was dat niet altijd feest; zij wisten niet als wie Walt Disney die dag binnenkwam, als dromer realist of criticus (ook wel 'spoiler' genoemd).


In de dromerskamer verzon hij allerlei plannen en ideeën. Vanuit de gedachte dat alles mogelijk is. De dromer richt zich op de 'wat' vraag. Wat wil ik? Waarom wil ik dat? Waar wil ik met mijn idee naar toe? Wat voor iemand wil ik zijn? Creativiteit en visie ontwikkelen, doelen stellen zijn kernkwaliteiten.


In de realistenkamer ging hij bedenken of en hoe je die plannen uit kan voren. De realist richt zich op de 'hoe' vraag. Hoe weet je dat je je doel bereikt hebt? Wat moet er allemaal gedaan worden, door wie, hoe en wanneer. Realiteits-zin en vermogen een groter geheel in kleine stukjes te hakken (chunking down) zijn de kernkwaliteiten.


In de criticuskamer ging hij na wat er allemaal niet klopte aan de ideeën en plannen. Richt zich op het 'waarom' Waarom zou iemand het er niet mee eens kunnen zijn? Welke problemen kunnen zich voordoen? Voor wie is het niet geschikt? Wanneer moet je het vooral niet doen.
Kritisch analytisch vermogen en confronteren zijn kernkwaliteiten.


Met die uitkomst van de criticus gaat hij terug naar de dromer en de realist. Net zolang tot alledrie tevreden zijn.

Drie denkstijlen

De DROMER
De Dromer denkt in grote lijnen, visualiseert, creëert een visie. Is gericht op de toekomst, laat de verbeelding spreken. De vraag voor de dromer is ‘wat?’ Wat wil ik, wat is belangrijk?


De REALIST
Snijdt het grote geheel in partjes en benoemt concrete stappen. Leert door te doen.
De vraag voor de realist is ‘hoe’. Hoe pakken we dit aan? Hoe realiseren we dit?


De CRITICUS
Denkt logisch na over wat er niet klopt. Gaat de confrontatie aan te gaan. De vraag voor de criticus is ‘waarom’. Waarom is dit belangrijk? Waarom zou je het eigenlijk doen? Waarom zou iemand het er niet mee eens kunnen zijn?



Alles op z’n tijd

Je kan uit de beschrijving en het verhaal over Disney opmaken dat alle drie de denkstijlen nodig zijn, ze zijn aanvullend. Het is afhankelijk van je doel en de fase van een proces welke stijl ingezet wordt. Dus: alles op z'n tijd!


De volgorde is als volgt:


1) Formuleer een doel. Welk gedrag wil je tot je beschikking hebben?


2) Criticus. Stap in de positie van de criticus: Aan welke randvoorwaarden moet je doel voldoen.


3) Dromer. Stap in de rol van de dromer: stel je voor dat je je doel gerealiseerd hebt. Hoe ziet dat eruit? Fantaseer er op los.


4) Realist. Stap in de positie van de realist. Wat in de dromerpositie bedacht is, ga je nu praktisch maken. Hoe kun je je doel realiseren? Wie en wat heb je daarvoor nodig? Welke stappen moeten gezet worden?


5) Terug naar de Criticus. Evalueer het plan van de realist. Is het zo goed? Wat kan er nog mis gaan? Voldoet het aan de criteria?


6) Rond af of begin een nieuwe ronde. Als de criticus tevreden is, ben je klaar en kan de uitvoering starten. Anders doorloop je opnieuw de stappen 2,3,4 en 5.