<<<

Mei

Appelsap

Er was eens een monnik uit Vietnam. Hij moest vluchten en ging naar een ander, naburig land. Hij ging in een klein dorp wonen. Het was zijn taak om voor kinderen te zorgen. Hij had plezier in zijn werk en de kinderen waren graag bij hem.
Op een dag zorgde hij voor een klein meisje. Het meisje speelde buiten met vier andere kinderen. Het was erg heet. Na een tijdje heen en weer gehold te hebben kwamen ze naar binnen omdat ze dorst hadden. De monnik had een fles eigengemaakte appelsap. Hij vulde de glazen en gaf het aan de kinderen. Het meisje kreeg het laatste glas. Zoals je vast weet is eigengemaakt appelsap altijd een beetje troebel en zeker het laatste dat uit de fles komt. Het meisje zei: “deze appelsap is niet goed, ik wil het niet”. “Goed” zei de monnik.
De kinderen gingen weer buiten spelen. Het was nog steeds erg heet. Het meisje speelde maar werd warmer en warmer en kreeg steeds meer dorst. Ze had tenslotte nog niks gedronken. Dus ze ging naar binnen en probeerde water uit de kraan te tappen, maar ze was te klein om bij de kraan te kunnen. Uiteindelijk kwam de monnik (die aan het mediteren was) naar beneden. Ze vroeg: “mag ik wat water?” “Natuurlijk” zei hij, “maar je hebt nog je appelsap.” Ze keek naar het glas en nu was het appelsap helder. Alles was gezakt. “Dus het appelsap was aan het mediteren” zei het meisje. “Nee” zei de monnik, “maar het laat zien dat we zelfs kunnen leren van appelsap.”