<<<

Oefening 10:
Langs de logische niveaus van Dilts

Een oefening om te bepalen hoe 'echt' je bent.

We doen deze oefening aan de hand van je werksituatie. Maar de oefening kan op allerlei situaties worden toegepast (vakantie, familie, hobby enzovoort). Beantwoord de volgende vragen:


Omgeving

In wat voor omgeving bevind ik mij als ik aan het werk ben? Met wie ben ik daar? Welke middelen heb ik ter beschikking om mijn werk te doen?


Voorbeeld: Ik zit thuis achter mijn computer. In mijn kleine werkkamer. Ik ben alleen. Ik heb mijn laptop, internet, telefoon, gespreksverslagen en boeken bij de hand.

Gedrag

Wat doe ik feitelijk? Dus welk gedrag vertoon ik. Stel je voor, er wordt een opname gemaakt van je werkzaamheden, wat zien de toeschouwers dan?


Voorbeeld: Als je via de webcam naar me zou kijken, dan zie je me typen, teksten maken, boeken open en dicht slaan, modellen tekenen en weer verscheuren, internetten, zuchten, voor me uit kijken, thee- of koffiedrinken.

Vermogens

Welke vermogens heb ik in huis om dat gedrag vorm te kunnen geven?


Voorbeeld: Ik heb het vermogen te abstraheren, de kern te vinden, te structureren, helder te formuleren.

Overtuigingen

Waarom zet ik deze vermogens zo in? Welke overtuigingen heb ik? Wat is voor mij belangrijk? Met andere woorden: wat moet in deze situatie ‘waar’ voor me zijn? Wat voor waarden heb ik?


Voorbeeld: Wat ik doe heeft een meerwaarde voor andere trainers. Mensen kunnen leren van elkaar. Het is belangrijk je te ontwikkelen.

Identiteit

Wat zeggen die overtuigingen over wie ik ben? Wat voor soort iemand ben ik? Wat voor metafoor, beeld past daarbij?


Voorbeeld: Ik ben iemand die graag naar de kern van zaken gaat. Waar gaat het precies om? Ik zie mezelf als een beeldhouwer: van al het materiaal dat ik heb, haal ik de overtollige zaken weg en zoek naar de kern.


Spiritualiteit

Waartoe doe je wat je doet? Hoe past je bijdrage in het groter geheel? Waar word je door geïnspireerd? Wat is je visie, je missie?


Voorbeeld: Mijn visie is dat de samenleving er beter en leuker van wordt als mensen van elkaar leren in plaats van de strijd met elkaar aan gaan; als mensen zicht krijgen op waar ze zelf goed in zijn en wat anderen goed kunnen. Om vanuit die energie te leven en te leren. Om samen het goede te doen. Met mijn werk wil ik daar een bijdrage aan leveren.

Evaluatie

Met het beantwoorden van deze vragen ben je langs de zes niveaus van Dilts gegaan. Je kunt de antwoorden vanaf het niveau van de spiritualiteit nu naar beneden toe (naar het omgevingsniveau) zachtjes voor jezelf voorlezen.


Belangrijke vragen zijn:

> Welk niveau vind je lastig te beantwoorden?
> Zit er ergens een ‘knik’ tussen de niveaus? Is er geen logische overgang tussen de niveaus? Het kan bijvoorbeeld zijn dat wat je doet niet strookt met je overtuigingen. Dat maakt het werken waarschijnlijk lastig en vermoeiend.


Je kunt deze niveaus ook doorlopen aan de hand van een door jou gewenste werksituatie, of een door jou gewenste kwaliteit. Dan kun je ook bekijken wat het grootste verschil is tussen de huidige en gewenste situatie. Op welk niveau verandering gewenst is.










Strapa
drs. Anneke Dekkers
e: Info@strapa.nl
Tel+fax: 020-6938161
M 06 41576176
Korte Blekersstraat 19
1053 TM Amsterdam